De zomer loopt op z’n eind, maar dat is buiten nog niet te merken. Met een lekker zonnetje en een temperatuur van dik boven de 20 is het nog prima weer voor een heerlijke barbecue. Sluit het barbecueseizoen optimaal af met deze nieuwe editie van Know your meat, waarin we je alle culinaire geheimen verklappen van één van de meest populaire stukken vlees: de sparerib.

De spareribs zijn afkomstig van het varken. Er zijn veel verschillende soorten spareribs. In Nederland worden ze gesneden uit het gedeelte tegen de lende, vlakbij de ruggengraat. Deze ribs zijn klein, lekker, handzaam en hebben lekker mals vlees. Deze spareribs worden in Amerika baby back ribs of loin ribs genoemd. Daar is het gebruikelijker om de spareribs te snijden uit de buikzijde. Hier bevinden zich de ‘echte’ spareribs. Deze ribs zijn een stuk groter met steviger vlees dat ook smaakvoller is. Wel duurt de bereiding hiervan iets langer. Tot slot zijn er nog de krabbetjes, die uit het gedeelte tegen het borstbeen gesneden worden. Deze ribs bevatten het minste vlees, maar zijn enorm smaakvol.

Niet alleen de plek van de spareribs maken het verschil, maar ook het varkensras. Elk ras heeft namelijk zo zijn specifieke smaak. De ribs van Nederlandse varkens zijn redelijk neutraal van smaak en zijn dus perfect voor sterke marinades. Wordt de smaak van de spareribs specifieker, dan is het zonde om deze te sterk te kruiden.

spareribs

Spareribs bereiden

Je kunt de spareribs het best eerst even afspoelen onder de kraan om zo alle losse deeltjes, botsplinters en gruis te verwijderen. Dep de spareribs droog met keukenpapier. Snijd daarna al het overtollige vet en kleine loshangende stukjes vlees weg. Deze zullen anders verbranden en dat is zonde van de smaak. Verwijder ook het vlies. Dit is lastig, maar wel belangrijk voor het eindresultaat. Wrijf de spareribs vervolgens in met een dry rub naar keuze en laten de smaken een uurtje intrekken in de koelkast. Bereid de barbecue voor op indirect grillen, door één kant te vullen met kolen en aan de andere kant een aluminium lekbakje met een laagje water te leggen. De barbecue moet beschikken over twee regelbare luchtopeningen, één in de kuip en één in het deksel. Ook een thermometer is handig, zodat je in de gaten kunt houden of de temperatuur constant blijft.

Steek de barbecue aan en wacht tot deze een temperatuur bereikt heeft tussen de 100 en de 150 graden. Leg de spareribs vervolgens boven het lekbakje, niet boven de kolen. Laat de ribs vervolgens een uur of drie garen. Voor een nog malser eindresultaat, kun je ervoor kiezen om de ribs na anderhalf uur in te pakken in aluminiumfolie. Leg ze vervolgens een half uur tot een uur terug op het rooster en vervolgens ook nog even zonder aluminiumfolie. Hierdoor worden je spareribs zo mals dat het vlees haast van het bot valt. Eet smakelijk!